Bond van Gepensioneerd Vervoerspersoneel

Click here to edit subtitle

Onze Ledenadministrateur Harry van Rooijen is afgelopen woensdag 11 juli 2018 overleden.

Zoals bekend was hij al meer dan een jaar ziek. Hij was geopereerd aan een gezwel in de spieren van zijn bovenbeen. dat zag er eerst goed uit, maar begin dit jaar bleken er toch uitzaaiingen te zijn.  Uiteindelijk is hij dus afgelopen week overleden. Wij zijn hem als BGV veel dank verschuldigd voor het nauwgezet bijhouden van onze ledenadministratie. en hij had zitting in het Hoofdbestuur. Dit heeft hij gedaan vanaf 2005 tot eind 2017. Toen ging het niet meer om naar het BGV kantoor in Utrecht te komen. Harry was een nauwgezet werkende man. Ook binnen de bestuursvergaderingen kon hij soms zeer kritische vragen stellen. dat hield ons andere bestuursleden wel bij de les. Ook had hij veel contacten met de afdelingen en met SPF Beheer. Een ieder vond het prettig met hem te werken. In de normale menselijke sfeer was hij een fijne vriendelijke man, altijd in voor een praatje en een lolletje op zijn tijd kon er ook wel af.

Aanstaande woensdag 18 juli is de crematie. Mocht u die dit leest daar naar toe willen?  Ik zou zeggen kom. 

Wij als BGV wensen zijn vrouw Corry en de kinderen en kleinkinderen veel sterkte met dit verlies.


Overheidscampagne voor behoud bestaande hele kleine pensioenen vandaag van start 18-06-2018

Vandaag start het ministerie van SZW een campagne om pensioendeelnemers te attenderen op de mogelijkheid om te voorkomen dat hele kleine pensioenen (maximaal 2 euro per jaar) komen te vervallen. De campagne vloeit voort uit een toezegging van minister Koolmees aan de Tweede Kamer om betreffende deelnemers actief te wijzen op de mogelijkheid om dit jaar nog in actie te komen en contact op te nemen met hun pensioenuitvoerder.

De campagne wordt door SZW bekendgemaakt via rijksoverheid.nl, via social media en via een nieuwsbericht aan organisaties als Nibud, de Consumentenbond, Wijzer in Geldzaken, en Radar met het verzoek om hier aandacht aan te besteden. Afgesproken is dat ook pensioenuitvoerders, via berichtgeving op de eigen websites, hun deelnemers zullen attenderen op de campagne.

Bron: ministerie van SZW / Pensioenfederatie


Klik hieronder op de link om te zien wat Zilveren Kruis voor u als oudere kan betekenen:

klik op de link:   brochure ouderen




Stuk van Joep Schouten in het AD

Herziening pensioenstelsel kost meer dan de hele Brexit


dinsdag 4 juli 2017
Thema's:  Blog

Vandaag verscheen een artikel van de hand van onze voorzitter Joep Schouten in het Algemeen Dagblad. Onderstaand treft u de uitgebreide versie van dit artikel aan. In de bijlage kunt u de verkorte versie, zoals deze is gepubliceerd in het AD, lezen.

EU-commissievoorzitter Juncker heeft de Engelse premier Theresa May en 60 miljoen Britten met haar, fors laten schrikken met de mededeling dat de Brexit het Verenigd Koninkrijk 100 miljard euro gaat kosten. Des te opmerkelijker is het dat het in Nederland doodstil blijft in het vooruitzicht dat de herziening van ons pensioenstelsel eveneens minstens 100 miljard euro gaat kosten. Wie de rekening gaat betalen is zowel bij de Brexit als bij het nieuwe pensioenstelsel nog niet duidelijk.

Al een paar jaar wordt er in ons land gestudeerd op een ingrijpende herziening van het pensioenstelsel. Het onderwerp heeft inmiddels ook de formatietafel bereikt. Alle focus ligt op de introductie van een eigen potjessysteem, waarbij de deelnemers het risico gaan dragen over de beleggingen en garanties vervallen. Sommige politici en hoogleraren zien hierin het ei van Columbus. In de commissie Toekomst Pensioenstelsel van de Sociaal-Economische Raad, het sociaal-economische adviesorgaan van de regering, zijn ze er nog steeds niet helemaal uit of dat ook echt zo is.

Vrij algemeen wordt ervan uit gegaan dat de ‘doorsneepremie’ moet worden afgeschaft. De meerderheid van de deelnemers aan een aanvullend bedrijfstak- of ondernemingspensioenfonds betaalt op dit moment hetzelfde doorsnee-percentage premie en krijgt daarvoor hetzelfde doorsnee-percentage pensioenopbouw. Een zelfde premiepercentage voor iedereen is administratief erg makkelijk, maar het heeft ook nadelige aspecten.

Deelnemers aan een pensioenfonds hebben in hun jonge jaren een nadeel van de doorsneepremie en in het tweede deel van hun leven een voordeel. Dat zit zo: de premies van jongeren kunnen heel lang renderen en jongeren zouden wellicht een hoger rendement op hun inleg kunnen bereiken als er geen sprake was van een doorsneepremie. Vanwege de doorsneepremie sponsoren ze als het ware de deelnemers, die in de tweede fase van hun loopbaan zitten. Anders gezegd: deelnemers aan een pensioenfonds betalen in het begin van hun loopbaan iets te veel premie, maar dat slaat om als ze ongeveer 45 jaar zijn. Daarna gaan ze iets te weinig betalen. Bij pensionering is de rekening dan weer precies vereffend.

Iemand die met 45 jaar ZZP-er wordt ener voor kiest niet meer deel te nemen aan het pensioenfonds, heeft als jongere wel het nadeel van de doorsneepremie gehad, maar hij krijgt niet meer het voordeel ervan. Wie pas op latere leeftijd in een pensioenfonds mee gaat doen, heeft juist alleen maar het voordeel. Dat geldt bij voorbeeld voor herintredende vrouwen. Het vorige kabinet heeft besloten dat de doorsneepremie vervangen gaat worden door een systeem, waarin de opbouw of de premie in de loop van de carrière kan gaan variëren. De invoering daarvan wordt aan het nieuwe kabinet overgelaten.

Het Centraal Planbureau heeft uitgerekend dat de afschaffing van de doorsneepremie 100 miljard euro gaat kosten. Dat geld is deels nodig om de nu actieve werknemers te compenseren, die ten gevolge van de systeemwijziging straks te weinig pensioen opbouwen op latere leeftijd. Dat zijn dus de mensen, die tot hun 45ste jaar vanwege de ‘solidariteitspremie’ minder hebben opgebouwd, maar na afschaffing van de doorsneepremie opeens geen sponsor (geen jongeren) meer hebben om dat voor hen te compenseren.

Behalve met dit plotselinge pensioengat moet ook nog rekening worden gehouden met een grote automatiseringsslag en een administratieve reorganisatie, die - naar schatting - voor alle pensioenfondsen bij elkaar ook nog eens honderden miljoenen euro zal gaan kosten. Daarmee komt de rekening voor de pensioenstelselherziening op een bedrag uit dat de kosten van de Brexit overstijgt. Net als bij de Brexit ontbrandt straks het debat wie dat moet betalen.

De betrokken ambtenaren, politici, pensioendeskundigen en adviserende hoogleraren schrokken zich een hoedje van deze hoge kosten. Er worden allerlei redeneringen en trucs bedacht om dit bedrag minder hoog te laten lijken. In de publieke opinie en de pers wordt nog maar weinig aandacht besteed aan dit heikele vraagstuk. De reden: pensioenen zijn voor de meeste mensen veel te complex en men gaat het toch niet snappen. Maar dat is onzin. Het probleem is goed uit te leggen.

Dit is de keuze waar het om gaat: het opgebouwde vermogen van pensioenfondsen moet bij afschaffing van de doorsneepremie worden verlaagd met 100 miljard (7%) óf de premievermindering voor de jongere pensioendeelnemers wordt vertraagd om de kosten van overschakeling naar het nieuwe systeem op te brengen. Verlaging van het vermogen zal de dekkingsgraad van de toch al door de lage rente geplaagde pensioenfondsen hard raken en kortingen nodig maken.

Ouderenorganisaties stellen dat gepensioneerden niet hoeven mee te betalen aan de afschaffing van de doorsneepremie. Zij hebben immers gedurende hun leven alle premies volledig betaald, ze hebben geen enkel voordeel van deze kostbare herziening en hun pensioenen zijn al veel jaren niet geïndexeerd en in sommige gevallen zelfs gekort. De jongeren vinden dat de solidariteit is doorgeschoten en dat de moderne arbeidsmarkt niet meer te verenigen is met de doorsneepremie. Zij willen per direct minder premie betalen of een hogere pensioenopbouw zien.

Afschaffing van de doorsneepremie - hoe verdedigbaar ook - mag geen dogma worden. Bedrijfs(tak)pensioenfondsen moeten in het belang van hun deelnemers ook straks nog steeds kunnen kiezen voor handhaving van de klassieke doorsneepremie; bijvoorbeeld als hun deelnemers in de regel hun hele leven in hetzelfde bedrijf of dezelfde bedrijfstak blijven werken of als de sector weinig ZZP’ers kent. Een geldverslindende operatie is dan niet per se nodig en dus ongewenst.

Het zou daarnaast aanzienlijk eenvoudiger zijn ZZP’ers te verplichten aan een pensioenvoorziening deel te nemen, net zoals die plicht bestaat voor werknemers in loondienst. Ook dat vermindert de pijn. Als ZZP-ers geen pensioen opbouwen en met hun lagere loonkosten werknemers uit hun vaste baan concurreren, heeft dat grote maatschappelijk gevolgen. 


Dit schreef Albert Akkerman in het blad Pensioen Pro

Huidige stelsel

Al heel wat jaren praten we over een nieuw systeem. De realiteit is dat we telkens vaststellen dat nieuwe varianten toch niet echt beter zijn dan het huidige systeem. Dat is volgens mij een belangrijke reden waarom het zolang duurt.

Op zich niet zo verwonderlijk omdat we al jaren in de ogen van de rest van de wereld een top-pensioensysteem hebben. Nederland is wereldkampioen pensioensparen met een pensioenvermogen van circa twee keer het bruto binnenlandsproduct. Een andere verklaring is dat per definitie pensioen de uitkomst is van de som van ingelegde premies en rendementen onder aftrek van gemaakte kosten. Een ander stelsel brengt daar geen verandering in.

Mijn voorstel is gewoon te zeggen dat het huidige systeem prima is. Als er echt een beter systeem zou zijn, hadden andere landen dit al lang ingevoerd. Ja, we hebben helaas de indruk gewekt dat pensioenen een zekerheid zijn en dat is niet zo. Verder moeten we natuurlijk nadenken over onderhoud aan het systeem als gevolg van bijvoorbeeld de veranderende arbeidsmarkt en de demografie.

Laten we het niet moeilijker maken dan het is en vaststellen dat het huidige systeem goed is, maar dat het slechts een ambitie is (zonder zekerheid). Waar we het dan verder over moeten hebben, is onderhoud van het systeem. Denk hierbij aan zaken als: moet er een pensioenplicht komen, zijn we doorgeschoten in solidariteit, moeten we inzicht geven in het opgebouwd kapitaal etc.

Toekomstig stelsel

Mijn voorstel is dat het huidige stelsel het uitgangspunt is en blijft: het huidige pensioen in de tweede pijler handhaven we als basis.

De veranderingen die we zeker doorvoeren zijn:

  1. Deelnemers vertellen dat de hoogte van het pensioen geen zekerheid is, maar een ambitie. Dit betekent dat tijdens de opbouw en de uitkeringsfase het pensioen kan worden geïndexeerd als er voldoende middelen zijn en zal worden gekort als dat niet zo is.
  2. Zelfstandigen kunnen kiezen voor aansluiting bij een bpf van de sector waarin ze actief zijn, maar ook kunnen kiezen voor pensioenopbouw bij een verzekeraar.

De discussiepunten die overblijven zijn:

  1. Gaan we deelnemers inzicht geven over hun opgebouwde kapitaal? Dat kunnen we in het huidige systeem gewoon doen, maar is dat wenselijk?
  2. Gaan we op het moment dat pensioen moet worden ingekocht die inkoop doen op de marktrente (zoals nu) of kiezen we voor bijvoorbeeld een inkoop gebaseerd op de marktrente van de afgelopen vijf of tien jaar? Ook hiervoor is geen nieuw stelsel nodig.
  3. Moet er een pensioenplicht komen?

Tunnelvisie

Zoals bekend lopen er discussies op tussen vakbeweging en werkgevers, in de SER en praat ook de Pensioenfederatie mee (Theo Langejan). Ik merk dat we in een tunnelvisie visie terecht zijn gekomen. Er moet per se iets nieuws komen en men denkt aan het volgende: in de opbouwfase is sprake zijn van een ambitiecontract en dat moet aan het eind (bijvoorbeeld vanaf 55 jaar) omgezet worden naar geleidelijke inkoop van pensioen en een eigen potje.

Andere varianten (inclusief het huidige systeem) zijn afgevallen.

Bovendien moet de doorsneesystematiek worden afgeschaft. Afschaffing van de doorsnee-opbouw kost volgens het CPB €100 mrd die we aan de reële economie moeten onttrekken (waanzin). Ook daar wordt in de tunnelvisie van gezegd: die rekening is te pessimistisch. Wij gaan opnieuw rekenen en dan komt er een lager bedrag uit. Ja, dan moeten we de pensioenen korten, maar er wordt sneller geïndexeerd en dat is beter voor de deelnemers. De deelnemer merkt echter meteen een korting en gelooft niet in de belofte dat we in de toekomst sneller gaan indexeren. Ze zullen denken: ‘Weer zo’n verhaal van die techneuten en bobo’s die ons constant voorliegen.’

Verder besparen we honderden miljoenen aan uitvoeringskosten als we het huidige systeem handhaven. Er hoeven geen nieuwe ict-systemen gebouwd te worden en uitvoerders hoeven geen grote communicatiecircussen te organiseren. Laten we dit geld vooral besteden aan de pensioenen van de deelnemers en niet verbranden als kosten.

De discussie over wanneer je met pensioen kan en mag gaan is een politieke en geen stelseldiscussie. Het gaat daarbij in de eerste pijler om de vraag hoe we de belastinginkomsten verdelen. Geven we dat geld uit aan de AOW of kiezen we voor bijvoorbeeld onderwijs of infrastructuur. In de tweede pijler kunnen we eerder met pensioen gaan ook in het huidige systeem faciliteren.  Dat kan eenvoudig door iedereen 2% te laten opbouwen tot pakweg €30.000 en boven die grens bouw je 1,5% op. Verhalen over nivellering en dat doen we al via de belasting vind ik zwak. We weten al jaren dat de lagere inkomens in ons pensioenstelsel de hogere inkomens subsidiëren. Met de maatregel die ik voorstel, wordt dat ongedaan gemaakt. Dit is alleen relevant als de politiek vindt dat er een mogelijkheid moet zijn eerder te stoppen terwijl we langer leven.

Kortom: laten we alsjeblieft stoppen met de huidige discussie en de tunnelvisie die ontstaan is. Stoppen met elkaar te bestrijden en de gelederen te sluiten als sector in het belang van de deelnemers en ons prima stelsel. Laten we het hebben over de hiervoor genoemde drie punten die overblijven als opties voor aanpassingen. Het komt onze geloofwaardigheid ten goede. We zijn al zover afgedwaald van de mensen voor wie we het doen. Laten we komen met een gedragen en toekomstig stelsel gebaseerd op het huidige stelsel.

Albert Akkerman was kerndocent Nyenrode voor het Executive Pension Program en bestuurder bij drie pensioenfondsen. Hij schreef dit op persoonlijke titel. Hij is helaas in 2017 overleden.

Gegevens Zilveren kruis
Klik op onderstaande link om te bekijken wat het Zilveren Kruis voor u als oudere kan betekenen:




via de website 
website zilveren kruis kunt u als gepensioneerde NS/Sociale Eenheid bekijken wat de voorwaarden voor u bij het Zilveren kruis zijn.

De zorgverzekeringen van Zilveren Kruis

Kies de zorgverzekering die bij u past

 Uw gezondheid vinden wij belangrijk. Daarom hebben NS en Zilveren Kruis goede afspraken gemaakt over de zorgverzekering. Zo kunnen we u ?n uw gezin een goede zorgverzekering bieden met 10% korting op de basisverzekering en aantrekkelijke korting op de aanvullende verzekeringen.

Extra voordelen via NS

Voordelen op een rij:

 1.     Onze Keuzehulp helpt u bij het kiezen van een passende zorgverzekering

2.     Wij maken het u graag gemakkelijk. In Mijn Zilveren Kruis regelt u al uw zorgzaken online

3.     Zorg regelen? De persoonlijke Zorgcoach beantwoordt al uw zorgvragen

4.     Volgens onderzoeksbureau WUA! heeft Zilveren Kruis de beste online service en declaratie app van de grote 4 zorgverzekeraars

 Bereken uw premie en sluit af

U bepaalt welke verzekering het beste bij u past en daarmee ook hoeveel premie u betaalt. Op www.zk.nl/ns berekent u eenvoudig uw premie. U vindt daar ook alle informatie over de vergoedingen.

 Tip: overstappen is eenvoudig. Zilveren Kruis zegt uw huidige verzekering op als u zich voor 1 januari 2018 bij ons aanmeldt.

 

Gegevens CZ 2018

Via de website
www.cz.nl/ns-gepensioneerden kunt u als gepensioneerde NS/Sociale Eenheid bekijken wat de voorwaarden van CZ zijn voor u. 

Welke zorgverzekering kiest u in 2018?
NS en CZ maken het u makkelijk. En voordelig.
Voor alle gepensioneerden van NS

Speciaal voor alle gepensioneerden heeft NS met CZ scherpe afspraken gemaakt over de
collectieve zorgverzekering van 2018. Dit betekent dat u kunt profiteren van:
- 10% korting op de basisverzekering
- speciaal NS-tarief op de meeste aanvullende verzekeringen
- extra vergoedingen voor fysiotherapie, preventief onderzoek en eigen bijdrage thuiszorg
Misschien past de aanvullende verzekering 50+ bij u?
- U bent gepensioneerd.?
- U houdt er rekening mee dat u een leesbril nodig hebt of dat uw gezondheid
achteruit gaat?
- U wilt een pakket met vergoedingen speciaal gericht op gepensioneerden?

De aanvullende verzekering 50+ vergoedt de kosten voor behandelingen of
hulpmiddelen waar u juist in deze levensfase behoefte aan hebt. Zo bent u
zeker van goede zorg, voor nu en voor later.
Gebruik maken van het aanbod van CZ is makkelijker dan u denkt
Kijk op www.cz.nl/ns-gepensioneerden. Daar kunt u bovendien laten uitrekenen
welk zorgpakket het beste bij u past. Afsluiten kan ook online.
Liever eerst persoonlijk contact?
Bel ons dan op 088 555 70 00 .



Oefeningen die u in bed kunt doen als u last hebt van ochtendstijfheid
Kranslegging 4 mei  bij HGB IV

Zoals elk jaar heeft het Hoofdbestuur van de BGV ook dit jaar weer een krans gelegd bij het monument van HGB IV (Inktpot) voor in de 2e wereldoorlog omgekomen NS medewerkers. Namens de BGV werd de krans gelegd door Jan Sletterink en Henk Grimbergen. Namens NS werd de krans gelegd door Rogier van Boxtel en en de 2e voorzitter COR. Namens ProRail werd de krans gelegd door de directeur Projecten en de voorzitter OR. Zoals u op de foto's kunt zien was het prachtig weer en er waren dan ook ongeveer 250 belangstellenden aanwezig.

Zie onderstaande foto's. 

 

Deze website moet u volgen:www.loonvoorlater
Klik op deze Link  #mce_temp_url#  
Het nummer van de servicedesk reisfaciliteiten is gewijzigd

Het 030 nummer van de servicedesk reisfaciliteiten is gewijzigd.

Het is nu 085 0402402 

Wat is een SALDINIST????

De belastingdienst heeft een nieuw woord toegevoegd aan de nederlandse taal:  saldinist

Wat mag dat dan wel zijn?? Wel het houdt verband met  spaargeld. Er zijn mensen die meer spaargeld hebben dan de vrijstelling van ongeveer 2100 euro of 4200 euro met zijn tweeën. Dan moeten ze dus over het bedrag wat er boven zit belasting betalen. (1,2%) Maar half december nemen ze het bedrag wat erboven zit op en dat storten ze half januari weer terug op hun spaarrekening. Je zou zeggen dat dat logisch klinkt omdat de peildatum op 01 januari van het jaar waarover je belastingaangifte doet ligt.

 Maar wat gebeurt er nu? Als je meer dan 5000 euro van je rekening opneemt, dan gaat er automatisch een bericht van je bank naar de belastingdienst. Dit is zo ingesteld in het kader van witwassen. De belastingdienst doet daar dan niets mee, maar bewaart dat bericht wel. Als je dan in januari dat opgenomen geld weer op je spaarrekening terugstort dan gaat er weer een bericht van je bank naar de belastingdienst. En dan komen die 2 berichten samen en dan ben je de klos. Want de belastingdienst gaat dan aan je vragen of je dat geld misschien thuis had liggen, of wat je ermee gedaan hebt. Als je zegt dat je het thuis had liggen, dan krijg je alsnog een naheffing omdat contant geld wat je op 1 januari thuis of in een bankkluis had ook opgegeven moet worden in je aangifte. Dat heet dus een saldinist.

Digitale Berichten Box Belastingdienst

  De Belastingdienst  heeft aangegeven dat mensen die geen computer hebben en ook niet door iemand geholpen kunnen worden, kunnen verzoeken om papieren post te blijven ontvangen. Of iemand daarvoor in aanmerking komt, beslist uiteindelijk de Belastingdienst en er zijn geen voorwaarden bekend gemaakt. Mensen kunnen een verzoek indienen door te bellen naar het nummer 0800-23 58 352.

Digitale berichtenbox
De Belastingdienst heeft aangegeven dat mensen die geen computer hebben en ook niet door iemand geholpen kunnen worden, kunnen verzoeken om papieren post te blijven ontvangen. Of iemand daarvoor in aanmerking komt, beslist uiteindelijk de Belastingdienst en er zijn geen voorwaarden bekend gemaakt. Mensen kunnen een verzoek indienen door te bellen naar het nummer 0800-23 58 352. [..]
 Hieronder vindt u vraag en antwoord van een gepensioneerde die zich af vraagt waarom de dekkingsgraad zo sterk gedaald is in 2014/2015.                                                                                                                                                                                                                                               

 Antwoord:                                                                                                                                                     Geachte heer,

 Hartelijk dank voor uw e-mail. Een belangrijke kwestie!

Het is dan ook goed om daar duidelijkheid over te verschaffen.

Dit zal het bestuur doen door uitgebreid op de financiële situatie in te gaan in het jaarverslag. Dit jaarverslag zal binnenkort beschikbaar zijn voor iedereen.

Om nu alvast op uw e-mail in te gaan, leest u hieronder de achtergrond van de keuzes van het bestuur.

Vorig jaar haalde SPF enerzijds een uitstekend portefeuillerendement van 14,3%. Het herstelplan kwam ten einde, waardoor het bestuur per 1 september een uitgestelde indexatie toe kon kennen. Anderzijds moest het bestuur aan het einde van het jaar besluiten om de pensioenen per 1 januari 2015 niet te verhogen. Het was hierbij opnieuw de dalende rente die parten speelde. Vanaf de zomer zette die de dekkingsgraad weer onder druk. Dat was een lastig uit te leggen boodschap aan de deelnemers en gepensioneerden, want ondanks een goed beleggingsjaar kwam er geen indexatie!

Belangrijk in dat kader is dat het nieuwe Financieel Toetsingskader zorgt voor een andere verhouding tussen prijs, kwaliteit en zekerheid. Daardoor neemt de zekerheid toe, maar zijn de kansen op indexatie voor de komende jaren afgenomen. Ondanks de goede beleggingsresultaten nam de dekkingsgraad af van 122,6% tot 114,5%. Dit komt voornamelijk door de gedaalde rente, die mede door het gevoerde beleid van de Europese Centrale Bank extreem laag is. Dit heeft grote effecten op de waarde van de verplichtingen van het pensioenfonds. De lage rente zorgt ervoor dat de toekomstige pensioenverplichtingen voor hoge bedragen op de balans moeten worden opgenomen. Daardoor is ook een nieuw herstelplan nodig, die het bestuur op 1 juli 2015 moet indienen bij DNB.

 Het bestuur buigt zich momenteel over onder meer de risicohouding en het indexatiebeleid van het fonds. Ook daarover zal meer informatie worden verstrekt na 1 juli 2015, als deze documenten bij De Nederlandsche Bank ingediend moeten worden.

Aanvullende informatie, met name communicatie richting alle deelnemers en gepensioneerden, staat hoog op de agenda van het bestuur. In Traject wordt veel aandacht aan gegeven en ook in de publieksversie van het jaarverslag komt dit onderwerp uitgebreid aan de orde.

Hopelijk is zo wat meer duidelijk over het hoe en waarom van de keuzes van het bestuur.

Fiscale Discriminatie ouderen gaat maar door!!

 

Als we de vraag zouden willen beantwoorden waarom dit kabinet waarschijnlijk de verkiezingen gaat verliezen is een korte blik op enige fiscale maatregelen verhelderend. In het Belastingplan 2015 zijn twee belastingverhogingen opgenomen die pas in 2016 ingaan en uitsluitend de ouderen treffen. Het gaat om een verlaging van de ouderenkorting en de afschaffing van de ouderentoeslag. Beide discriminatoire maatregelen worden genomen om een belastinggat te dichten dat ontstaan is door het niet doorgaan van de algemene huishoudtoeslag.
De ouderenkorting bestaat al sinds 1994 en geldt voor mensen met een inkomen tot €35.450. In 2013 werden gepensioneerden met een verhoging van de ouderenkorting deels gecompenseerd voor de nadelige gevolgen van een fiscale ingreep. Die verhoging wordt nu weer verminderd met € 83.
De ouderentoeslag, die voor lage inkomens in 2001 in box 3 is ingevoerd, heeft een ander karakter. Dit was bedoeld als compensatie voor lage inkomens die werden geconfronteerd met de nieuw ingevoerde vermogensrendementsheffing. Deze ouderentoeslag wordt in 2016 in één klap afgeschaft. Het treft een kwetsbare groep ouderen, die een inkomen hebben van minder dan €13.900 maar die wel wat vermogen hebben gespaard voor de oude dag. Je moet daarbij denken aan kleine zelfstandigen. Voor huishoudens betekent het een lastenverhoging van € 700. Dit is al een aderlating, maar daar komt nog bij dat men de huur- en zorgtoeslag ook gedeeltelijk of soms zelfs geheel verliest en dat de eigen bijdrage voor zorgkosten wordt verhoogd met € 2.000 per persoon. Maximaal kan het effect in sommige gevallen meer dan € 7.000 bedragen.
Er wordt opnieuw een stap gezet in een sluipende proces dat de koopkracht van ouderen aantast. Koopkracht, die door het achterwege blijven van de indexatie voor de pensioenen en door fiscale maatregelen uit het verleden de laatste tien jaar al gedaald is met 17% . Die daling zal door achterblijven van indexatie in de toekomst zeker voortgaan, maar wordt door het fiscale beleid van het kabinet nog verder versterkt. Vind u het dan gek dat het kabinet door de ouderen niet wordt ondersteund bij de komende verkiezingen?
Martin van Rooijen
oud-staatssecretaris van Financiën

Als we de vraag zouden willen beantwoorden waarom dit kabinet waarschijnlijk de verkiezingen gaat verliezen is een korte blik op enige fiscale maatregelen verhelderend. In het Belastingplan 2015 zijn twee belastingverhogingen opgenomen die pas in 2016 ingaan en uitsluitend de ouderen treffen. Het gaat om een verlaging van de ouderenkorting en de afschaffing van de ouderentoeslag. Beide discriminatoire maatregelen worden genomen om een belastinggat te dichten dat ontstaan is door het niet doorgaan van de algemene huishoudtoeslag. 

De ouderenkorting bestaat al sinds 1994 en geldt voor mensen met een inkomen tot €35.450. In 2013 werden gepensioneerden met een verhoging van de ouderenkorting deels gecompenseerd voor de nadelige gevolgen van een fiscale ingreep. Die verhoging wordt nu weer verminderd met € 83.

De ouderentoeslag, die voor lage inkomens in 2001 in box 3 is ingevoerd, heeft een ander karakter. Dit was bedoeld als compensatie voor lage inkomens die werden geconfronteerd met de nieuw ingevoerde vermogensrendementsheffing. Deze ouderentoeslag wordt in 2016 in één klap afgeschaft. Het treft een kwetsbare groep ouderen, die een inkomen hebben van minder dan €13.900 maar die wel wat vermogen hebben gespaard voor de oude dag. Je moet daarbij denken aan kleine zelfstandigen. Voor huishoudens betekent het een lastenverhoging van € 700. Dit is al een aderlating, maar daar komt nog bij dat men de huur- en zorgtoeslag ook gedeeltelijk of soms zelfs geheel verliest en dat de eigen bijdrage voor zorgkosten wordt verhoogd met € 2.000 per persoon. Maximaal kan het effect in sommige gevallen meer dan € 7.000 bedragen.

Er wordt opnieuw een stap gezet in een sluipende proces dat de koopkracht van ouderen aantast. Koopkracht, die door het achterwege blijven van de indexatie voor de pensioenen en door fiscale maatregelen uit het verleden de laatste tien jaar al gedaald is met 17% . Die daling zal door achterblijven van indexatie in de toekomst zeker voortgaan, maar wordt door het fiscale beleid van het kabinet nog verder versterkt. Vind u het dan gek dat het kabinet door de ouderen niet wordt ondersteund bij de komende verkiezingen?
Martin van Rooijen
oud-staatssecretaris van Financiën

Er wordt opnieuw een stap gezet in een sluipende proces dat de koopkracht van ouderen aantast. Koopkracht, die door het achterwege blijven van de indexatie voor de pensioenen en door fiscale maatregelen uit het verleden de laatste tien jaar al gedaald is met 17% . Die daling zal door achterblijven van indexatie in de toekomst zeker voortgaan, maar wordt door het fiscale beleid van het kabinet nog verder versterkt. Vind u het dan gek dat het kabinet door de ouderen niet wordt ondersteund bij de komende verkiezingen? 

Martin van Rooijen, voorzitter KNVG en oud staatssecretaris Financiën 

Als we de vraag zouden willen beantwoorden waarom dit kabinet waarschijnlijk de verkiezingen gaat verliezen is een korte blik op enige fiscale maatregelen verhelderend. In het Belastingplan 2015 zijn twee belastingverhogingen opgenomen die pas in 2016 ingaan en uitsluitend de ouderen treffen. Het gaat om een verlaging van de ouderenkorting en de afschaffing van de ouderentoeslag. Beide discriminatoire maatregelen worden genomen om een belastinggat te dichten dat ontstaan is door het niet doorgaan van de algemene huishoudtoeslag.
De ouderenkorting bestaat al sinds 1994 en geldt voor mensen met een inkomen tot €35.450. In 2013 werden gepensioneerden met een verhoging van de ouderenkorting deels gecompenseerd voor de nadelige gevolgen van een fiscale ingreep. Die verhoging wordt nu weer verminderd met € 83.
De ouderentoeslag, die voor lage inkomens in 2001 in box 3 is ingevoerd, heeft een ander karakter. Dit was bedoeld als compensatie voor lage inkomens die werden geconfronteerd met de nieuw ingevoerde vermogensrendementsheffing. Deze ouderentoeslag wordt in 2016 in één klap afgeschaft. Het treft een kwetsbare groep ouderen, die een inkomen hebben van minder dan €13.900 maar die wel wat vermogen hebben gespaard voor de oude dag. Je moet daarbij denken aan kleine zelfstandigen. Voor huishoudens betekent het een lastenverhoging van € 700. Dit is al een aderlating, maar daar komt nog bij dat men de huur- en zorgtoeslag ook gedeeltelijk of soms zelfs geheel verliest en dat de eigen bijdrage voor zorgkosten wordt verhoogd met € 2.000 per persoon. Maximaal kan het effect in sommige gevallen meer dan € 7.000 bedragen.
Er wordt opnieuw een stap gezet in een sluipende proces dat de koopkracht van ouderen aantast. Koopkracht, die door het achterwege blijven van de indexatie voor de pensioenen en door fiscale maatregelen uit het verleden de laatste tien jaar al gedaald is met 17% . Die daling zal door achterblijven van indexatie in de toekomst zeker voortgaan, maar wordt door het fiscale beleid van het kabinet nog verder versterkt. Vind u het dan gek dat het kabinet door de ouderen niet wordt ondersteund bij de komende verkiezingen?
Martin van Rooijen
oud-staatssecretaris van Financiën
24 februari 2015Fiscale ouderendiscriminatie gaat door
Als we de vraag zouden willen beantwoorden waarom dit kabinet waarschijnlijk de verkiezingen gaat verliezen is een korte blik op enige fiscale maatregelen verhelderend. In het Belastingplan 2015 zijn twee belastingverhogingen opgenomen die pas in 2016 ingaan en uitsluitend de ouderen treffen. Het gaat om een verlaging van de ouderenkorting en de afschaffing van de ouderentoeslag. Beide discriminatoire maatregelen worden genomen om een belastinggat te dichten dat ontstaan is door het niet doorgaan van de algemene huishoudtoeslag.
De ouderenkorting bestaat al sinds 1994 en geldt voor mensen met een inkomen tot €35.450. In 2013 werden gepensioneerden met een verhoging van de ouderenkorting deels gecompenseerd voor de nadelige gevolgen van een fiscale ingreep. Die verhoging wordt nu weer verminderd met € 83.
De ouderentoeslag, die voor lage inkomens in 2001 in box 3 is ingevoerd, heeft een ander karakter. Dit was bedoeld als compensatie voor lage inkomens die werden geconfronteerd met de nieuw ingevoerde vermogensrendementsheffing. Deze ouderentoeslag wordt in 2016 in één klap afgeschaft. Het treft een kwetsbare groep ouderen, die een inkomen hebben van minder dan €13.900 maar die wel wat vermogen hebben gespaard voor de oude dag. Je moet daarbij denken aan kleine zelfstandigen. Voor huishoudens betekent het een lastenverhoging van € 700. Dit is al een aderlating, maar daar komt nog bij dat men de huur- en zorgtoeslag ook gedeeltelijk of soms zelfs geheel verliest en dat de eigen bijdrage voor zorgkosten wordt verhoogd met € 2.000 per persoon. Maximaal kan het effect in sommige gevallen meer dan € 7.000 bedragen.
Er wordt opnieuw een stap gezet in een sluipende proces dat de koopkracht van ouderen aantast. Koopkracht, die door het achterwege blijven van de indexatie voor de pensioenen en door fiscale maatregelen uit het verleden de laatste tien jaar al gedaald is met 17% . Die daling zal door achterblijven van indexatie in de toekomst zeker voortgaan, maar wordt door het fiscale beleid van het kabinet nog verder versterkt. Vind u het dan gek dat het kabinet door de ouderen niet wordt ondersteund bij de komende verkiezingen?
Martin van Rooijen
oud-staatssecretaris van Financiën
24 februari 2
Nieuwsbrief 2015 - 3  van de KNVG is uit

Klik hier om nieuwsbrief 2015-3 te lezen  Nieuwsbrief 2015-3.pdf

Klik hier om hem te lezen  Nieuwsbrief 2014-8.pdf

Uitleg wat er nu aan de hand is met ons pensioenstelsel
CAO NS en ProRail bieden oplossing voor het AOW gat

In de nieuwe CAO welke tussen de vakbonden en NS en ook ProRail is afgesloten is een regeling gemaakt voor mensen met prepensioen die een zogenaamd AOW gat hebben. Op het moment dat je 65 wordt, kun je aangeven dat je terug wilt komen om enkele dagen per maand te werken. Dat kan je eigen werk zijn, maar als daar geen mogelijkheden voor zijn wordt je voor andere werkzaamheden ingezet. Dat levert dan tot het moment dat je recht hebt op AOW 500 euro bruto per maand op. Inlichten kun je krijgen bij de P afdeling van je oude werkgever.

Terug naar boven, dubbelklik op de link hieronder
Oefeningen die u in bed kunt doen als u last hebt van ochtendstijfheid